Ṣalāh
Een moslim bidt vijf keer per dag op vaste tijden. Samen vormen deze gebeden 17 rakaʿāt farḍ per dag — het fundament van het dagelijks leven.
Vóór zonsopgang
Vanaf de ochtendschemering tot vlak vóór de zon opkomt.
Na het hoogtepunt van de zon
Begint zodra de zon haar hoogste punt is gepasseerd, tot de schaduw van een voorwerp gelijk is aan zijn lengte.
Late namiddag
Van het einde van Ẓuhr tot vlak vóór zonsondergang.
Direct na zonsondergang
Begint zodra de zon volledig is ondergegaan, tot het rode avondrood verdwijnt.
Avond / nacht
Vanaf het verdwijnen van het avondrood tot middernacht (uiterlijk vóór Fajr).
Elk gebed bestaat uit een aantal rakaʿāt (gebedseenheden). Dit zijn de basisstappen in volgorde:
Begin met een schone wuḍūʾ: handen, mond, neus, gezicht, armen, hoofd en voeten wassen.
Maak in je hart de intentie voor het specifieke gebed dat je gaat verrichten.
Sta richting de qiblah, zeg ‘Allāhu Akbar’ en begin het gebed.
Reciteer Sūrah al-Fātiḥah in elke rakʿah, gevolgd door een korte sūrah in de eerste twee rakaʿāt.
Buig (rukūʿ), kom omhoog, en verricht twee sujūd per rakʿah met rust en concentratie.
Sluit af met de tashahhud en de twee salāms naar rechts en links.
Goed om te weten
De exacte gebedstijden verschillen per locatie en seizoen. Gebruik een lokale gebedskalender of een betrouwbare app voor de juiste tijden in jouw stad. Kinderen worden meestal vanaf ongeveer 7 jaar aangemoedigd om te beginnen met bidden, en vanaf de pubertijd wordt het verplicht.